U bent hier:

Reisverslag Utrecht – Bazel

Datum:09/08/2021

Na een hectische tijd was ik toe aan avontuur, lekker in mijn eentje. Om daarvoor op de fiets te stappen leek mij perfect: volledig vrij, goedkoop, heel veel natuur, en ook nog eens sportief!

Als tweeëntwintigjarige student was ‘goedkoop’ natuurlijk wel een belangrijke voorwaarde, en mijn gehele uitrusting heb ik dan ook op de kop getikt op studentenbudget. Met marktplaats, de kringloop en wat kennissen van mijn moeder kwam ik al een heel eind: een slaapzak voor 5 euro, stuurtas voor 2 euro, gratis achtertassen en gratis kookspullen… Voor mij werkte het allemaal prima, en bij elkaar was het nog best lichtgewicht ook!

Toen ik vorige zomer het fietsplan in mijn hoofd kreeg, was het plan om naar Italië te fietsen. Gaandeweg begon ik toch wel wat onzeker te worden; over de situatie in Europa met corona (en later ook de overstromingen), maar ik werd ook onzeker over mijn eigen kunnen. Hoe dichterbij het kwam, hoe meer ik dacht: dit lukt me nooit! Mijn plan heb ik daarom aangepast: ik zou gewoon op de fiets stappen richting het zuiden en dan keek ik wel hoelang ik het uit zou houden. Omdat ik bang was dat anderen te hoge verwachtingen van me zouden hebben, heb ik zelfs nog aangedikt zo van: ‘ja, verwacht er maar niet te veel van hoor, zul je zien dat ik binnen drie dagen weer thuis ben!’

Zo ging het dus niet; ik ben 18 dagen weggeweest, van Utrecht naar Bazel gefietst en ik vond het fantastisch. Het was zo ontzettend anders dan ik had verwacht. Mensen zeggen altijd al wel dat je veel leert van zo’n reis, vooral in je eentje, maar ik had niet verwacht dat dat in deze mate van toepassing zou zijn. Er is in mijn hoofd zoveel gebeurd in die 18 dagen, en ik deel in deze reisblog graag mijn ondervindingen met jullie.

Omdat ik vrijwel ongetraind was, besloot ik rustig te beginnen. De eerste vier dagen fietste ik rond de 50 kilometer per dag en toch: ik was kapót. Overal pijntjes, doodmoe. Toen ik iemand sprak op de camping in Tienen, die vertelde dat ze vandaag even 97 kilometer had gefietst, dacht ik ‘oh god, dat ga ik echt nóóit kunnen’. Ik vond het maar intimiderend als ik die afstanden van anderen hoorde… Maar wat bleek: een rustdag deed wonderen. Vanaf dag 6 fietste ik ineens met gemak 70 kilometer per dag en werd ik steeds fanatieker. De prachtige route door België werkte motiverend, kilometers lang langs (vaak nog overstroomde) akkers en mooie stukken langs de Maas. Toen ik op een dag 110 kilometer had gefietst voelde ik me zo goed, zo sterk, ik kon het gewoon!

Ik kwam al snel in een soort flow en ik vond de hele routine van de reis heerlijk. Mijn hoofd was zo leeg, het enige waar ik aan dacht was het fietsen, het zoeken van een supermarkt en camping, en wat ik eens zou gaan eten vandaag. Ik heb die 18 dagen geen moment gedacht aan dingen zoals studie, carrière, liefdesfiasco’s en andere dingen die een student op de zenuwen kunnen werken. Ook het kamperen vond ik heerlijk. In het begin gruwelde ik nog van de insecten en ritste ik elke keer panisch snel de tent dicht, maar na twee dagen in het tentje voelde ik me al één van de mieren en maakte het me allemaal niet meer uit. Ik kon ook zo genieten het koken, ik heb de meest armoeiige maaltijden gekookt en toch smaakte het iedere dag weer als een godenmaal. ‘Honger maakt rauwe bonen zoet’, en dat is echt zo.

Dat ik in mijn eentje op reis zou gaan was voor mij vanzelfsprekend. Lekker alles zelf beslissen, niemand met wie je rekening hoeft te houden. Ik onderneem sowieso al vaak dingen in mijn eentje en ik heb het idee dat ik meer van de dingen om me heen kan genieten als ik in mijn eentje ben.

Bang voor eenzaamheid was ik niet. Dat bleek ook echt niet nodig, want wat zijn mensen lief en behulpzaam! Applaudisserende oude vrouwtjes langs de weg, medekampeerders die croissantjes voor me meenamen, en fietsstel die me mee uiteten nam, een stel die me uitnodigde bij de camper voor een kopje thee en zelfs een lunchpakketje voor me smeerde voor onderweg… Ik had continu het idee dat er zich wel iemand om me bekommerde, en dat gaf zo’n fijn gevoel, dat ik er toch niet helemaal alleen voor stond. Voor mij voelde het als de normaalste zaak van de wereld, maar iedereen vond het toch maar bijzonder, een meisje alleen op pad!

Ik vond het erg confronterend toen op sommige momenten de eenzaamheid toch ineens inkickte. Toen ik eenmaal vanuit België de Franse grens overging, was het al snel gebeurd met de gezellige steden zoals Namen en Dinant en maakte die plaats voor verlaten dorpjes en het mooie maar lege Franse platteland, waarbij ik dagenlang weinig tot geen aanspraak heb gehad onderweg en op de campings. Toen ik na een lange dag aankwam op een lege, ietwat obscure stacaravan-camping en het ook nog eens keihard ging onweren, vond ik dat verschrikkelijk eng en voelde ik me erg alleen. Waar was ik in godsnaam aan begonnen? Misschien kon ik maar beter weer naar huis gaan, terug richting België. Totdat iemand mij via het Wereldfietser Forum liet beseffen: ‘als je thuis zit heb je ook wel eens een slechte dag’. Ik besloot door te gaan, op z’n minst tot aan Verdun. Je weet immers nooit wat er de dag erna gaat gebeuren.

Ik ben mezelf zo dankbaar dat ik het niet zomaar heb opgegeven, want de dag erna was zo fijn. Halverwege de rit kwam ik twee ander Utrechtse studenten tegen en zijn we samen gaan fietsen, 40 kilometer tot aan de camping in Verdun. De laatste 20 kilometer kwamen we zelfs nog twee andere Utrechtse fietsers tegen en fietste we in karavaan verder naar de camping. Deze ontmoetingen deden me echt goed, en toen heb ik besloten: ik ga gewoon naar Bazel!

Het landschap werd steeds heuvelachtiger richting de Elzas en ik vond het heerlijk. Het was zo ontzettend zwaar, ik fietste met 5 kilometer per uur al vloekend bergopwaarts en voelde me elke keer weer euforisch tijdens de afdaling. Ik was zo trots dat ik het allemaal aankon, helemaal in mijn eentje. Echt een lekker gevoel om aan jezelf te bewijzen dat je helemaal niemand nodig hebt.

Toen ik in Saverne aankwam, onverwacht een supergezellige stad, was ik zo opgelucht! Eindelijk weer een beetje leven in de brouwerij, na toch flink wat kilometers door het vaak wat uitgestorven Noord-Frankrijk. De aanwezigheid van de vele andere (Nederlandse) toeristen deed me goed. De Elzas was dan ook prachtig met de oneindige wijngaarden en gezellige dorpjes, met de sprookjesachtige dorpjes Ribeauville en Riquewhir als hoogtepunten.

Nu ik bijna 80 kilometer per dag fietste, ging het me toch ineens wel heel snel! Wilde ik al wel naar huis als ik eenmaal Bazel had bereikt? Doordat ik voorafgaand aan mijn reis geen eindbestemming had vastgesteld, vond ik het lastig om te bepalen wanneer mijn reis dan klaar was. Doorgaan totdat ik het niet meer leuk zou vinden voelde niet goed, maar ik vond het ook lastig om te stoppen terwijl ik het nog naar mijn zin had. De combinatie van zeer slechte weersvoorspellingen en het feit dat mijn ouders me zouden kunnen oppikken met de auto vanaf hun vakantie in Zwitserland, heb ik besloten om Bazel als eindbestemming te nemen. Het voelde als een mooi einde, iets meer van 1000 kilometer en helemaal in Zwitserland! Wie had dat gedacht (ik in ieder geval niet).

Ik heb mijn fietsreis echt als iets heel bijzonders ervaren. Juist doordat er af en toe wat tegenslagen waren, voelde ik me des te beter als ik toch weer een stukje verder was gekomen. Was het fysiek zwaar, kreeg ik daar uiteindelijk juist een kick van als het me weer was gelukt, en was het mentaal zwaar, dan bleek het uiteindelijk allemaal een veel minder eng en moeilijk dan ik in eerste instantie dacht. Ik wil mezelf nooit meer onderschatten. Reken maar dat ik naar Italië fiets volgend jaar.

Sponsoren


Zoeken